boter
25 juli, 2008
Men eet hier boter. Men eet hier boter alsof het de laatste dag is. Van smeren is geen sprake. Men snijdt. Zelf tracht ik hardnekkig de koelkast koude boter te smeren. Het biologische brood hier leent zich daar prima voor, als je begrijpt wat ik bedoel. Het is geen doen. De inwonenden hier snijden daarom hun boter in plakken net onder een halve centimeter dik. Zulke plakken hebben toch nog een licht krullende natuur wat het goed mogelijk maakt je boterham volledig te bedekken met juist onder elkaar geschoven plakken stijve room die je dan nog stevig aan dient te drukken. Hier voegt men naar believen kaas of marmelade aan toe. Als de marmelade zich onverhoops toch op het brood, maar naast de boter begeeft is het niet ongebruikelijk nog wat boter boven in de marmelade te drukken.

De boter escapades zijn een van de zeer weinige ongezonde eetgewoonten die men hier kan waarnemen. De inwonende Boeddhisten hier eten gezond op het ziekelijke af. Biogiologische vijf elementen ajurvedische, seizoensgebonden, klimaat compenserende, vochtuidrijvende, galblaasmasserende maaltijden zijn de norm. Men is hier niet ongezond bezig. Men is hier arm, dat wel. Wie leeft om te mediteren, leeft niet om te werken en werkt ook niet om te leven. Wie leeft om te mediteren mediteert en heeft geen nagel om z’n kont te krabben – maar een goed humeur desalniettemin.
De mensen hier zijn arm en slank of te dun. Zouden armen door de eeuwen heen zo geneigd zijn tot vet eten, dat drang tot vet eten in armoedige tijden onderdeel menselijk genoom is geworden? En ach wat zou het, is het lekker?
