Redelijkerwijs zouden redelijke mensen onredelijke mensen moeten ondrukken. Redelijke mensen vinden dit vaak redelijk moeilijk te verkroppen. Redelijke mensen vinden het redelijk dat onredelijke mensen onredelijke dingen mogen zeggen en onredelijke dingen mogen doen. Als ze het maar redelijk houden en niet meer dan een beetje onredelijk. Het is immers zo onredelijk om iedereen die slechts een beetje minder redelijk is dan jij, iedere poging tot het vormen van zijn eigen redelijkheid te ontzeggen. Diep van binnen voelen we ons immers allemaal heel redelijk, maar laten we wel zijn, we zitten er allemaal wel eens naast.
Afgelopen dagen kwam het volgende mij wat onredelijk voor. Geenstijl.nl komt met het feit dat de onredelijke man Kees van Helden die ons onredelijke folders in de bus wierp zelf helemaal niet van folders houdt en heftig protesteert als hij er een krijgt, hoe onredelijk! Als wij allemaal zo onredelijk waren als Kees van Helden waren we een achterlijk, intolerant en onredelijk land! De Poldermoslima Hoofddoekbrigade (initiatief van) wordt gesteund door Agnes Jongerius (FNV) en Doekle Terpstra (HBO-Raad & bemoeial). Hoofddoekjes zijn een uitermate seksistische uiting van een zeer mysogeen gedachtengoed. En nu gaan dit soort vakbondsmensen dat ondersteunen, hoe onredelijk!
Er zijn geen onredelijke wetten nodig om te voorkomen dat onredelijke mensen onredelijk veel zeggenschap hebben, maar redelijke mensen moeten de handen ineen slaan en gezamenlijk onredelijke mensen een beetje onderdrukken. Niet onredelijk veel, maar wel een beetje. Zo kunnen we deze mensen weren uit publieke en overheidsfuncties en voorkomen dat ze omgang hebben met jonge kinderen. Journalisten kunnen hen kritische vragen stellen. In plaats van een quasi-positief item maken over anti-discriminatie, kunnen ze het hebben over seksisme en emancipatie. In plaats van een ‘dialoog’ of ‘debat’ aan te gaan over onredelijke folders kunnen we deze mensen uitlachen en uitsluiten van debat totdat ze de redelijke uitgangspunten accepteren die nodig zijn om überhaupt te kunnen spreken van ‘debat’ of ‘dialoog’. Klinkt redelijk?